zondag 5 januari 2014

Oefendagen

Ik mag voor eerste keer voor de klas staan. Ik sta in het eerste kleuterklasje. De kindjes zijn dus 2 en 3 jaar. Ik heb nog nooit lesvoorbereidingen gemaakt, alleen voor een groep gestaan of opdrachten bedacht voor de kleuters. Het is voor mij dan ook superspannend om aan de slag te gaan voor deze oefendagen. De oefendagen houden in dat je 4 lessen geeft. Deze lessen zijn beeld, muziek, verhaal en onthaal. Elk van deze lessen moet natuurlijk voorbereid zijn en in een BC (thema van de week).

De eerste dag na de herfstvakantie begonnen de oefendagen. Ik had voor de herfstvakantie afgesproken met mijn mentor om als eerste les beeld in te plannen. Beeld houdt in dat je iets maakt met de kinderen. Dit mag echter niet zomaar wat zijn. De eerste voorwaarde is dat de opdracht in het BC moet zijn. Ik had echter geen BC, omdat er zes nieuwe kindjes in mijn klas startten. Ik verwachte dus dat de kleuters  zeer geboeid zouden zijn door de nieuwe kindjes, en dat de nieuwe kindjes het misschien nog moeilijk zullen hebben om zich aan te passen. Daarom besloot mijn mentor (de juf van het eerste kleuter) om opdrachten te geven waardoor de kinderen elkaar leren kennen. De tweede voorwaarde is dat je rekening houdt met de beginsituatie van de kleuters. Dat wil zeggen dat je rekening moet houden met wat ze al kunnen en wat niet, of er speciale dingen zijn waar je op moet letten,.. Ik had de jongste kleuters om mee te werken en dat beperkt de mogelijkheden voor opdrachten, omdat de kinderen nog niet zoveel kunnen. Het voordeel hiervan is dat alles nieuw is voor de kinderen en daardoor zijn ze heel nieuwsgierig. 

Ik besloot om voor mijn opdracht beeld maskertjes te maken met de kinderen. Ik had een inleiding bedacht waarbij ik een kindje een masker aandeed, de andere kinderen moesten raden wie verstopt zat onder het masker. Op deze manier leren de kinderen elkaar kennen, en leren ze elkaars namen. Deze maskertjes maakte we met papieren bordjes. De kinderen mochten een bord bestempelen met sponsjes en wattenstaafjes. Zo wordt de fijne motoriek van de kinderen gestimuleerd. De meeste kinderen amuseerden zich enorm met de verf. Ze experimenteerden met de verschillende technieken stempelen die ik hen toonde. 

Mijn volgende oefenmoment was verhaal. Ik had besloten om mijn verhaal al een beetje naar het BC van de volgende week te richten, omdat het niet kan dan je een verhaal vertelt zonder thema. Het BC was "grootouders". Ik had hierbij een prachtig boek gevonden: "Ik vind je lief opa" van Jillian Harker. Het boek gaat over een klein beertje en zijn opa. In het boek wordt regelmatig herhaald dat de beren in een holletje slapen. Ik nam mijn tent mee en lied de kinderen daar eens in zitten. Dit kon ik terugkoppelen naar het holletje van de beren. Ik wilde in de tent mijn nabespreking houden. Dit lukte echter niet zo goed. De kinderen vonden het leuk om mee in de tent te gaan zitten, maar ze waren heel nieuwsgierig. Een beetje te nieuwsgierig zelfs, want ze hadden geen aandacht meer voor wat ik wilde vertellen. Daar had ik geen rekening mee gehouden, waardoor mijn slot in het water viel. Het positieve was dat de kinderen het leuk vonden om eens in de tent te zitten, maar mijn doel was helaas niet bereikt. Als ik dit ooit opnieuw doen dan zou ik de kinderen in groepjes verdelen, zodat ik sneller hun aandacht naar mij kan trekken.

Het vertellen van het verhaal verliep redelijk goed. Ik was wel heel nerveus en dat merkten de kinderen vast en zeker. Ze reageerden hier dan ook op door zeer druk te zijn. Ik had het moeilijk om hun aandacht te houden. Het verhaal duurde ook nogal lang voor de kleuters. Ik heb geprobeerd om actieve dingen in het verhaal te verwerken (bijvoorbeeld door mee te brullen). Dit hielp me om de aandacht van de kleuters toch nog even vast te houden. Achteraf gezien had ik de kinderen nog veel meer moeten doen bewegen en mijn verhaal moeten inkorten. Toen was ik teveel bezig om mijn lesvoorbereiding te volgen. Nu besef ik dat dit een werkpunt is en dat ik mag afwijken van mijn lesvoorbereiding als de kinderen dat nodig hebben.

Mijn volgend oefenmoment was lied. Dit houdt in dat je de kleuters een nieuw liedje aanleert. Het BC was intussen "grootouders", dus ik zocht een liedje die geschikt zou zijn voor het eerste kleuters rond het thema "grootouders". Mijn keus werd "Bij m'n oma en m'n opa" van Lin De Laat. Dit is een redelijk lang lied dus ik verkortte het wat, om het gepast te maken voor het eerste kleuter. Kleuters zingen heel graag en ze letten enkel op hun eigen zang. Ze houden er geen rekening mee of de andere kinderen of de juf vals zingen. Ik was heel nerveus om te zingen voor 22 kinderen. Het blijft toch altijd spannend om voor andere mensen te zingen. Ik had me volledig verkleed als oma. Ik dacht dat de kinderen dit wel leuk zouden vinden. Ik moet toegeven dat ik ook meer op mijn gemak was, omdat ik er niet als juf Fien uitzag. Ik hoopte dus ook dat als ik heel vals zou zingen, de kinderen dit niet aan mij zouden koppelen. Toen het moment was aangebroken om te beginnen zingen, was ik vreemd genoeg rustig. Ik had besloten om me volledig te geven, ook al zong ik misschien vals. Op die manier zou ik de kleuters sowieso beter kunnen doen meezingen, dan als ik onzeker zou zitten zingen.

Mijn mentor, juf Ilse, zat ook te luisteren toen ik met de kleuters zong. Dit zorgde voor een beetje meer stress, omdat een leerkracht het natuurlijk wel opmerkt als je vals zingt. Ik was heel blij dat de kinderen meezongen en ik was aangenaam verrast dat ik me over mijn angst heen had gezet. Ik denk dat dit voor mij het meest gevreesde oefenmoment was. Stel je voor dat 22 kinderen en een leerkracht je aankijken, terwijl het helemaal stil is en je moet beginnen zingen!

Mijn laatste oefenmoment was mijn onthaal. Dit houdt in dat de juf met de kinderen in de kring zit en een aantal dingen overloopt. Dit is elke morgen bijna hetzelfde en biedt de kinderen structuur.  Ik zong eerst het goedemorgenlied en daarna overliep ik de dagen met de kleuters. In het eerste kleuter kennen ze de dagen van het jaar nog niet bij naam. Er wordt een kleur aan de dagen gekoppeld en de kinderen leren eerst de kleuren van de dagen. Daarna overliep ik de aanwezigheden. De kinderen mogen dan altijd iets doen. Ik had bedacht dat de kinderen mochten rechtstaan, springen en hun naam zeggen, als ik hun naam zei. Dit verliep vrij vlot, maar sommige kinderen durfden nog niet voor de groep spreken. Ik moedigde ze dan aan om gewoon recht te staan en eens te springen. Ik heb geen enkel kindje verplicht om wel zijn naam te zeggen. Als de kinderen dit nog niet willen, dan is het meestal omdat ze er nog niet klaar voor zijn. Nadat ik de aanwezigheden had opgenomen, heb ik een "helpend handje" aangeduid. Dit is het kindje die de juf een volledige dag helpt. De kinderen leren door "helpend handje" te zijn omgaan met verantwoordelijkheden. Tot slot overloop ik het verloop van de voormiddag. Dit wordt geïllustreerd met prenten van alle activiteiten. Daarna mogen de kinderen weer vrij gaan spelen.

Als ik terugkijk op mijn oefendagen ben ik tevreden. Ik zie meteen al de dingen die niet zo goed waren, maar ik kan bij bijna alle problemen een oplossing bedenken. Ook heb ik nu al meer ervaring en weet ik al beter waar ik me mag verwachten. Ik had het nog heel moeilijk om de beginsituatie van de kinderen in te schatten en door deze activiteiten te doen met de kleuters, weet ik al beter wat ze kunnen en wat nog niet. Ik moet nog veel leren, maar al bij al vind ik het geen slechte start. Het belangrijkste dat ik uit deze oefenmomenten geleerd heb, is dat ik zeer graag met de kleuters werk en dat ik het super vind om voor de klas te staan. Ik weet nu zeker dat dit een job is waar ik met een glimlach naartoe zal gaan.

Groetjes
Juf Fien

Geen opmerkingen:

Een reactie posten