donderdag 26 december 2013

Nopjes

De allereerste opdracht op de werkplekschool was meteen een grote uitdaging. Er werd namelijk van ons verwacht dat we een toneeltje maakten rond een boek die we hadden gekregen. Het boek waarrond we moesten werken was "Nopjes" van Klaas Verplancke. Nopjes is een prachtig boek die het verhaal van een meisje, Nopjes, vertelt. Nopjes bouwt een huis in het bos, maar voelt zich zeer eenzaam. Ze kan haar vrienden en de mooie omgeving niet meer zien. Doorheen het verhaal krijgt ze bezoek van enkele dieren en na overleg besluit ze telkens een muur van haar huis weg te halen. Op het einde van het boek zijn er geen muren meer over, enkel een dak en een deur. Op die manier ziet Nopjes haar vrienden en de omgeving en wordt ze weer gelukkig.

We kregen deze opdracht de eerste keer dat we in onze werkplekgroep zaten. Ik zit in een groep met de andere studenten die stage lopen in gemeenteschool Pienter. We stonden meteen voor een gigantische uitdaging. We kenden elkaar niet, kenden de school niet en we wisten niet onmiddellijk hoe we de opdracht moesten aanpakken. Gelukkig klikte het vrij snel met iedereen en kwamen we snel met ideeën op de proppen. We hebben in onze groep twee tweedejaarsstudenten. Dit was een groot voordeel, omdat zij een beter zicht hadden op wat haalbaar was, en wat niet. Onze opdracht was om het toneel "Nopjes" op te voeren, maar dit moest op een creatieve manier. Dat wil zeggen dat we niet alles uit het boek mochten overnemen, maar ook dat we zelf dingen mochten aanpassen. Dit zorgt er natuurlijk voor dat je zelf creatief aan de slag gaat. Een andere voorwaarde was dat ons toneel in arenavorm gebracht moest worden. Dit houdt in dat de kinderen in een grote kring zitten en dat het toneel in het midden van de kring wordt gespeeld.

De eerste keer toen we samenwerkten om het toneel voor te bereiden, voelde ik me nogal onwennig. Ik had nog nooit toneel gespeeld en ik wist ook niet waar ik me aan moest verwachten. Het stelde me wel een beetje gerust dat ik niet de enige was die onervaren zou moeten acteren. Ik was ook heel bang dat de andere studenten, de leerkrachten op de werkplekschool (die we nog nooit gezien hadden) en de kinderen me zouden uitlachen. Dit gebeurde gelukkig niet. Tijdens het inoefenen van onze rollen werd ik steeds meer gerustgesteld. We waren zeer goed voorbereid. We hadden leuke kostuums en een leuk decor bedacht en we wisten goed wat we moesten doen. Ik voelde me meteen ook meer op mijn gemak toen ik verkleed was. Ik vind het heel vreemd, maar het is makkelijker om in rol te blijven en je volledig te geven.

Na veel oefenen was het moment voor de voorstelling aangebroken. We moesten ons toneel drie keer spelen, want de hele school kwam naar ons kijken. Dit houdt in dat alle kleuters, alle kinderen uit de lagere school en alle leerkrachten ons aan het werk zouden zien. Ik was enorm nerveus. We hadden de kinderen en de leerkrachten pas één keer gezien. Deze voorstelling zou dus voor een groot deel  hun eerste indruk over ons bepalen. Ik probeerde hier zo weinig mogelijk aan te denken. Ik merkte dat ik niet de enige was die nerveus was. Ook de andere studenten hadden zenuwen en ik denk dat onze coach (de leerkracht die ons begeleidt vanuit Pienter) het ook spannend vond.

Iedere voorstelling verliep vrij vlot. Ik was na de eerste keer zeer opgelucht en naarmate we het toneel brachten, ging het beter. De kinderen deden enthousiast mee als we vragen stelden en sommige kinderen zongen zelfs stilletjes mee. Het verraste me dat dat ik me zo snel op mijn gemak voelde voor de groep. Het voelde natuurlijk aan om speels te doen met de kinderen. Ik was enorm opgelucht na de derde keer dat we ons toneel gebracht hadden. Ik was stiekem ook trots dat ik me over mijn angst voor het toneelspelen had gezet, maar ik was vooral blij dat ik me volledig heb kunnen geven.

Als ik er nu op terugkijk, vind ik dat we het er goed hebben vanaf gebracht. Alle opmerkingen die we hebben gekregen waren positief. Ik vond het een grote uitdaging, maar uiteindelijk ook een groot succes.

Hieronder vind je nog enkele sfeerfoto's!












Groetjes
Juf Fien


woensdag 4 december 2013

Enquête taalgebruik bij kinderen



Vanuit Vives werd ons gevraagd om een onderzoek te doen naar het taalgebruik van kinderen. We namen een enquête af bij kinderen van het derde kleuter en het derde- en vijfde leerjaar.
We kregen een foto van een sneeuwlandschap met een bankje, die we aan de kinderen toonden. Daarbij kregen we ook een cd met de beschrijving van de foto in het Algemeen Nederlands, in tussentaal en in het West-Vlaams dialect.

Ik vond het opmerkelijk hoeveel verschil er was. Het was immers driemaal dezelfde foto die beschreven werd en toch was het compleet verschillend. Ik heb samen met Lynn (een medestudente en vriendin) onze enquête afgenomen in de opvang van onze werkplekschool. We hadden meteen 3 kinderen die bereid waren om ons te helpen.

Lynn en ik toonden de foto aan de kinderen en ondertussen lieten we de cd afspelen. Daarna stelden we de kinderen enkele vragen. De vragen waren heel gevarieerd. De eerste vraag was: "Welke van de 3 mannen is de meester?". Een andere vraag was: "Welke man heeft er zwarte schoenen aan?". De laatste vraag was: "Welke man woont er in een groot huis?". Ik vond dit de interessantste vraag omdat het mooi weergaf welk beeld de kinderen van een persoon maken aan de hand van hun taal.

Ik vond het opmerkelijk om te zien dat de kinderen het dialect raar vonden. Ik denk dat ze meer gewend zijn aan de tussentaal en het AN. Dat zou hun reactie verklaren. De voorkeur van de kinderen ging volgens mij uit naar de tussentaal. Ik vind het jammer dat het West-Vlaams dialect hen niet echt meer aansprak. Dat wijst er op dat ons dialect zal verdwijnen. Ik vind dit jammer, omdat het West-Vlaams een unieke taal is. Het is een deel van onze cultuur en ik zou het spijtig vinden om dat te verliezen.

Tot de noaste  keer
Juf Fien

Welkom

Hallo, eerst en vooral wil ik me even kort voorstellen. Mijn naam is Fien Verbrugghe, ik ben 18 jaar oud en vorig jaar beëindigde ik mijn middelbare school in de richting Sociaal en technische wetenschappen (STW). In het begin van mijn opleiding in het middelbaar merkte ik al vrij snel dat ik heel graag met kinderen werk. Na enkele opdrachten te voltooien in STW, stond mijn besluit vast: k word kleuterleidster.

Om dit doel te bereiken, volg ik de opleiding kleuteronderwijs via werkplekleren in Vives Kortrijk.
Werkplekleren is een speciale opleiding en ik weet dat veel mensen niet weten wat dit precies inhoudt. Werkplekleren houdt in dat je 2 dagen les volgt en 2 dagen in de kleuterklas mee-volgt en dingen uitprobeert. De opleiding behandelt dezelfde onderwerpen en vakken als de dagopleiding en daarom krijgen we de woensdag vrij om aan schoolopdrachten te werken. Het grote voordeel aan werkplekleren is dat je heel snel weet of in de kleuterklas staan, je ligt of niet. Je toetst de theorie onmiddellijk in de praktijk. Ik vind persoonlijk dat je op deze manier het snelst bijleert. Deze opleiding duurt 3 jaar en ik zal hetzelfde diploma behalen als iemand die de opleiding in het dagonderwijs volgde.

Ik wil mijn ervaringen in de kleuterklas graag delen en dat zal ik doen via deze blog.
Hopelijk is het voor jullie net zo boeiend als voor mij!

Groetjes
Juf Fien