zondag 5 januari 2014

Doedagen

Tijdens de doedagen werd ik voor het eerst beoordeeld op mijn lessen. De doedagen zijn bijna hetzelfde als de oefendagen, maar nu krijgen worden we (de studenten) zowel door onze mentor, als door  iemand van Vives op beoordeeld. Het ging tijdens de doedagen ook niet over 4 activiteiten, maar over twee volledige dagen. Ik moet toegeven dat ik het al veel meer zag zitten om aan de lesvoorbereidingen voor mijn doedagen te beginnen. Ik wist dankzij de oefendagen waar ik me aan kon verwachten, en daar was ik blij om. Ik had van mijn mentor ook al heel wat tips gekregen en die probeer ik zo goed mogelijk mee te nemen in mijn verdere opleiding. Ook de beginsituatie van de kinderen kon ik al beter inschatten. Het BC tijdens de doedagen was Sinterklaas. Dit is een heel dankbaar thema om rond te werken. De kinderen zijn gefascineerd door Sinterklaas en zijn zwarte pieten.

Ik begon dus met veel goede moed aan mijn lesvoorbereidingen. Helaas had ik het werk toch een beetje onderschat. Het is niet niets om twee volledige dagen te vullen. Ik heb heel lang aan mijn lesvoorbereidingen gewerkt, omdat ik wilde dat mijn doedagen beter zouden verlopen dan mijn oefendagen. Ik wilde groeien, en ik denk dat dit positief is. Helaas ben ik vaak een beetje te perfectionistisch en wil ik alles tot in de puntjes voorbereiden. Ik moet er nog aan wennen dat het maar zelden lukt om alles uit te voeren zoals je het plande met kleuters. Er gaat altijd wel iets fout, of er gebeurd iets onverwachts,.. Ik wil dat mijn lessen ten minste op papier perfect waren.

De eerste dag had ik een leuke spring-bal in de vorm van een paard meegenomen naar de klas. Deze gebruikte ik in het onthaal bij het opnemen van de aanwezigheden. De kinderen vonden het paardje super en wilden maar wat graag op zijn rug gaan zitten. Ik vond het leuk om te zien hoe enthousiast de kinderen waren door het paardje en dat gaf me meteen nog een boost om er volledig voor te gaan. Ik was echter wel nog nerveus omdat ik niet wist wanneer ik een leerkracht van Vives op bezoek zou krijgen. Deze leerkracht zou komen observeren hoe mijn lessen verlopen en me nadien haar bevindingen vertellen.

Na mijn onthaal ging er plots iemand naast mijn mentor zitten die ik niet kende. Ik realiseerde me dat dit de leerkracht van Vives was en ik moet zeggen dat ik toch even moest slikken. Ik was opslag weer nerveus door de aanwezigheid van de beoordelende leerkracht. Ik ging mijn verhaal beginnen vertellen, net de activiteit waar ik het minste zeker van was. Tijdens de oefendagen had ik gemerkt dat ik hier nog aan moest werken. Dit was mijn kans om te bewijzen dat ik goed een verhaal kan vertellen. Ik had gekozen voor het boekje "Zwarte Piet en Pietertje Pet" van Marianne Busser. Ik was er zeker van dat de kleuters het boek leuk zouden vinden. Het boek gaat over Pietertje, een ondeugend jongetje. De kinderen vinden het over het algemeen leuk om te horen dat het hoofdpersonage iets verkeerd doet. Dit was nu ook het geval. In het begin van mijn verhaal waren de kinderen heel geboeid. Maar als ik twee derde van mijn verhaal verteld had begon hun aandacht bergaf te gaan. De kleuters begonnen elkaar lastig te vallen en te praten. Achteraf gezien is het mijn eigen schuld: de kinderen zaten te lang na elkaar in de kring. Ik moest een bewegingsmomentje gehouden hebben voor ik aan mijn verhaal begon. Zo zouden de kinderen langer aandachtig geweest zijn. Al bij al verliep mijn verhaal redelijk goed, en ben ik wel tevreden. Mijn mentor vertelde me wel dat ze gemerkt had dat ik nerveus was doordat de leerkracht van Vives in de klas zat.

Ik weet dat het met de beste bedoelingen was dat deze leerkracht mij kwam beoordelen en ze was heel vriendelijk en gaf goede tips en feedback, maar ik moet toegeven dat ik toch blij was als ze weer weg was. Nu kon ik me volledig concentreren op de klas. De rest van mijn oefendagen verliep vlot. Voor ik er erg in had was het al voorbij. De leukste activiteit vond ik beeld. Ik had een foto van het gezicht van elk kindje meegenomen naar de klas. De kinderen mochten hun gezicht zwart stempelen, net zoals Pietertje Pet uit mijn verhaal gedaan had. De kinderen hadden al gestempeld, dus ik probeerde het iets moeilijker te maken. Ik testte of de kinderen het al begrepen als ik hen zei dat ze hun ogen niet mochten bestempelen. Ik toonde ook bij mijn handpop van Zwarte Piet dat de ogen niet zwart zijn. Dit bleek echter nog te moeilijk te zijn. Bijna alle kinderen stempelden toch op hun ogen. Ik vond deze opdracht toch heel leuk, omdat de kinderen zich hier echt in amuseerden. Ze waren ook heel enthousiast omdat ze zelf op de foto stonden.

Een andere activiteit die ik heel geslaagd vond was mijn spelletje pakjes-werpen. Ik had één grote schoorsteen gemaakt en voor alle kleuters een pakje. De kinderen vormden een rij voor een bank en mochten dan één voor één tot het einde de bank lopen. Dan mochten de kleuters vanaf het einde van de bank het pakje in de schoorsteen gooien. Ik vond het zeer leuk om te zien hoe de kleuters hun pakje gooiden en toen meteen weer achterin de rij gingen staan.

Ik kijk met een gerust hart terug op mijn doedagen. Ik ben zeer blij de opmerkingen die ik gekregen heb over dingen die ik al goed deed, maar ook met de opmerkingen over dingen die beter kunnen. Ik weet nu goed waar ik sta en waar ik aan moet werken. Zo kan ik doelgericht mijn werkpunten verhelpen en ben ik goed op weg om kleuterleidster te worden.

Groetjes
Juf Fien

Opdrachten

Het is algemeen geweten dat je in de opleiding kleuteronderwijs veel opdrachten hebt. Bij werkplekleren is dit zeker het geval. We krijgen in deze opleiding heel uiteenlopende opdrachten. De leukste opdrachten vind ik de opdrachten waarbij je kunt creatief zijn. Ik maak heel graag dingen, en ik doe het graag allemaal op mijn manier. In deze opleiding heb ik al een paar opdrachten gemaakt waar ik best wel trots op ben. Ik wil deze dan ook met jullie delen.

Muziekinstrumenten voor het vak muziek

Deze instrumenten moesten we volledig zelf maken, en ze moesten bij voorkeur uit kosteloos materiaal bestaan.

2 trommels met stokjes
--> koekjesdoos, plakband, 4 houten stokjes, papier, bakpapier, 2 handvatten voor een kast

4 schuddedoosjes
--> 4 yoghurt-potjes, 2 plastic-bollen, 2 houten stokjes, parels, linzen, rijst
2 rammelaars
--> 2 houten stokjes, gekleurd plakband, belletjes, touw, nagels

2 fietsbellen met stokje
--> 3 houten stokjes, de bovenkant van 2 fietsbellen, 1 handvat voor een kast

schellenstok
--> 1 houten stokje, 4 nagels, 4 kroonkurken, enkele moeren, gekleurd plakband

2 paar schuurblokjes
--> 4 houten blokjes, 1 vel schuurpapier, gekleurd papier, lijm
gitaar
--> hout, een zaag, knopen, verf, metaaldraad, vijzen

20 paar ritmestokjes
--> 40 gelijke houten stokjes, verf, gekleurd plakband

Muzische koffer voor het vak beeld

De opdracht was dat we een oude koffer volledig beschilderden. Het was de bedoeling om met figuren uit een bestaand kinderboek te werken. De tekeningen mochten over om het even welk onderwerp gaan. Ik heb besloten dat ik mijn koffer als heen en weer koffer ga gebruiken. Dit is een koffer die de kinderen mogen meenemen naar huis als het hun verjaardag is.



Portfolio voor didactische verkenning

Voor didactische verkenning moeten we een portfolio maken om mee aan te tonen wat we al goed kunnen, en wat onze werkpunten zijn. Dit semester moesten we vooral onze talenten ontdekken. We moeten deze creatief voorstellen en vertellen waarom we denken dat we deze talenten bezitten.
Ik heb dit uitgebeeld in de vorm van een boom met vogelhuisjes. De vogelhuisjes zijn mijn talenten. De boom is gemaakt uit echte bladeren (die ik lamineerde), en parket-staaltjes. Daarnaast maakte ik 2 vogelhuisjes om mijn schriftelijk portfolio in te presenteren.



Groetjes 
Juf Fien






Enkele wist-je-datjes

Tijdens de lessen taalvaardigheden gaat het altijd over juist taalgebruik. Er wordt van ons als toekomstige leerkrachten verwacht dat we Algemeen Nederlands kunnen spreken. We worden daar dan ook in gecoacht. Ik moet toegeven dat ik over verschillende zaken verrast was. Er zijn heel veel woorden die wij als correct AN beschouwen, terwijl dat eigenlijk niet het geval is.
Enkele voorbeelden:

Beenhouwer

--> Onze beenhouwer maakt de lekkerste vleessalade klaar.

Heel veel mensen denken dat dit aanvaard Algemeen Nederlands is, maar dit is echter niet zo.
Het mooie woord is slager. Het woord beenhouwer is een dialectisme.

Tas

--> Mag ik een tas koffie alsjeblieft?

In deze zin verwijst het woord tas naar iets waar je uit drinkt. Het verbaasde mij enorm, maar tas is geen Algemeen Nederlands. Het juiste woord is kop of kopje.

Duimspijkers

Duimspijkers is geen Algemeen Nederlands. Het is een purisme. Dit wil zeggen dat het een woord is die gebruikt wordt in onze taal om de import van invloeden uit andere talen te vermijden. Er zijn namelijk mensen die vinden dat het Algemeen Nederlands zo 'puur' mogelijk moet blijven, en daarom zoeken ze Nederlandstalige woorden die invloeden uit andere talen tegen gaan. Deze woorden zijn echter meestal niet aanvaard als standaardtaal. Dit is ook het geval bij duimspijkers. Het correcte woord is punaises.

Regenscherm

Dit is opnieuw een voorbeeld van een purisme. Het woord regenscherm is geen Algemeen Nederlands.
Het aanvaarde woord is paraplu, zoals in het Frans.

Plastron

Dit is het omgekeerde van een purisme. Plastron is een leenwoord uit het Frans. Er zijn zoveel mensen die het woord plastron gebruiken, dat het als Algemeen Nederlands wordt beschouwd. Dit is echter niet juist. Het juiste woord is een das.

Het is opmerkelijk hoe vaak deze woorden worden gebruikt. Als je met iemand een gesprek houdt die beweert dat hij perfect Algemeen Nederlands spreekt, probeer hem dan maar eens in de val te lokken. Gebruik eens één van bovenstaande voorbeelden om te testen of deze persoon echt perfect Algemeen Nederlands spreekt!

Nog een laatste wist-je-datje.
Als studente kleuteronderwijs heb ik bij het begin van de opleiding een taalscreening moeten doen. Dit is een test waarbij je zinnen moet luidop lezen, en je wordt beoordeeld op je uitspraak. Omdat ik een West-Vlaming ben, was ik hier niet echt gerust op. Het is algemeen geweten dat het voor West-Vlamingen moeilijk is om sommige klanken uit te spreken. Vooral de 'g' en 'h' zijn moeilijk.
Tijdens mijn taalscreening moest ik de zin "Guido Gezelle woont in het gezellige Brugge" luidop lezen.
Dit vond ik enorm moeilijk, maar ik heb gemerkt dat niet enkel West-Vlamingen het moeilijk hebben met deze zin. Probeer dit zeker zelf ook eens luidop uit te spreken!

Voor wie nog zichzelf wil testen in het uitspreken van tongbrekers: bekijk zeker deze site eens.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Tongbreker#Nederlandstalige_tongbrekers

En voor wie nog vragen heeft over het Algemeen Nederlands is onderstaande site een aanrader.
http://taaladvies.net/

Groetjes
Juf Fien

Project van de werkplekschool

Er werd ons vanuit Vives gevraagd om te helpen bij een project op de school waar je stage doet. Bij ons was dit het halloweenproject van de school. Elk jaar wordt er in gemeenteschool Pienter een "sneukeltocht" georganiseerd. Dit houdt in dat de ouders en kinderen een wandeltocht doen samen met de leerkrachten en de ouderraad van de school. Tijdens die wandeltocht worden er dan altijd een paar activiteiten en een hapje en drankje voorzien. Ook op de school wordt er voor wat animatie gezorgd. De school en speelplaats worden voorzien van halloweendecoraties. Er is ook altijd een slot aan de wandeltocht. Dit jaar mochten mijn mede-werkplekstudenten en ik voor dit slot zorgen.

Naast gemeenteschool Pienter ligt de oude pastorie van Kuurne. Dit is een groot huis, waarvan de tuin aan de speelplaats grenst. De pastorie is sinds enkele jaren in het bezit van de school. Er gaan dan ook enkele lessen (vb godsdienst) door in de pastorie. Ook wij, de werkplekstudenten, hebben ons lokaal in de pastorie. We bedachten dan ook samen met onze coach om de pastorie om te toveren tot een spookhuis.

Samen met de ouderraad toverden we het oude huis om tot een waar spookhuis. Het was er donker, met spinnenwebben aan de deuren en muren. De grond was voorzien van matten die bekleedt waren met vuilniszakken, dit voelde heel vreemd aan om op te stappen in het donker. Er waren slechts een paar lichtbronnen. Die waren natuurlijk heel strategisch geplaatst zodat er een donkere plek naast zou zijn. Want wij (de werkplekstudenten) zouden verkleed in het huis staan. We zouden als het ware de monsters van het spookhuis zijn. Een laatste griezelig element was de muziek die de ouderraad voorzien had. Het was een opeenvolging van griezelige geluiden.

Op de dag van de sneukeltocht was ik verkleed als Cruella De Vil. Ik wilde griezelig zijn, maar de kinderen toch niet de schrik van hun leven bezorgen. Ik had mijn outfit nauwkeurig gepland. Ik vind het super om me te verkleden, en ik leef me er dan ook volledig in uit. Ik had mijn haar in zwart en wit gekleurd, hele lange nagels op mijn nagels geplakt,... Ik was er volledig klaar voor. Ook de andere studenten waren er volledig voor gegaan. Lynn en ik hadden elkaar geholpen met nagels, schmink en haar. Lynn was verkleed als vampier en zag er ook super goed uit. De andere studenten waren heksen, of hadden een griezelig masker aan. Kortom we waren echt eng, de opzet was geslaagd.

We kozen elk een plaatsje in het huis, en beslisten wat ze zouden doen. Gewoon stil staan is immers niet zo eng. Na een tijdje hadden we elk iets bedacht, en probeerden we eens uit op elkaar wat we zouden doen. Ik had een volledige week geoefend op een lachje die je in een spookhuis vaak hoort. Het lukte me vrij goed, en ik besloot het dan ook te gebruiken. Op het einde van de avond had ik enorme keelpijn, maar het was het waard geweest.

Toen de mensen door het spookhuis wandelden lukte het ons vrij goed om angstaanjagend te zijn. Bij de volwassenen was onze opzet vooral om ze te doen schrikken. Voor de kinderen was er afgesproken dat we een stopwoordje hadden. Als de kinderen (of volwassenen) 'pompoen' zeiden, dan wisten we dat we ze met rust moesten laten omdat ze bang waren.

De avond verliep goed, en nadien kregen we veel complimenten. Het was heel leuk om te doen. Ik vond het super om verkleed te zijn, zoals altijd, maar ik vond het ook leuk om een rolletje te spelen. Dit verraste me, omdat toneel meestal niet mijn ding is. Ik denk dat het er op wijst dat ik me echt goed voel op gemeenteschool Pienter. We maken als werkplekstudenten ook echt deel uit van de school, en dat was ook een leuk gevoel. De ouders en ouderraad waren heel vriendelijk tegen ons, dat was echt hartverwarmend. Ik vond het een super ervaring, en ik zou het met plezier elk jaar doen!

Deze foto's tonen mooi hoe griezelig we waren!






Groetjes
Juf Fien

Oefendagen

Ik mag voor eerste keer voor de klas staan. Ik sta in het eerste kleuterklasje. De kindjes zijn dus 2 en 3 jaar. Ik heb nog nooit lesvoorbereidingen gemaakt, alleen voor een groep gestaan of opdrachten bedacht voor de kleuters. Het is voor mij dan ook superspannend om aan de slag te gaan voor deze oefendagen. De oefendagen houden in dat je 4 lessen geeft. Deze lessen zijn beeld, muziek, verhaal en onthaal. Elk van deze lessen moet natuurlijk voorbereid zijn en in een BC (thema van de week).

De eerste dag na de herfstvakantie begonnen de oefendagen. Ik had voor de herfstvakantie afgesproken met mijn mentor om als eerste les beeld in te plannen. Beeld houdt in dat je iets maakt met de kinderen. Dit mag echter niet zomaar wat zijn. De eerste voorwaarde is dat de opdracht in het BC moet zijn. Ik had echter geen BC, omdat er zes nieuwe kindjes in mijn klas startten. Ik verwachte dus dat de kleuters  zeer geboeid zouden zijn door de nieuwe kindjes, en dat de nieuwe kindjes het misschien nog moeilijk zullen hebben om zich aan te passen. Daarom besloot mijn mentor (de juf van het eerste kleuter) om opdrachten te geven waardoor de kinderen elkaar leren kennen. De tweede voorwaarde is dat je rekening houdt met de beginsituatie van de kleuters. Dat wil zeggen dat je rekening moet houden met wat ze al kunnen en wat niet, of er speciale dingen zijn waar je op moet letten,.. Ik had de jongste kleuters om mee te werken en dat beperkt de mogelijkheden voor opdrachten, omdat de kinderen nog niet zoveel kunnen. Het voordeel hiervan is dat alles nieuw is voor de kinderen en daardoor zijn ze heel nieuwsgierig. 

Ik besloot om voor mijn opdracht beeld maskertjes te maken met de kinderen. Ik had een inleiding bedacht waarbij ik een kindje een masker aandeed, de andere kinderen moesten raden wie verstopt zat onder het masker. Op deze manier leren de kinderen elkaar kennen, en leren ze elkaars namen. Deze maskertjes maakte we met papieren bordjes. De kinderen mochten een bord bestempelen met sponsjes en wattenstaafjes. Zo wordt de fijne motoriek van de kinderen gestimuleerd. De meeste kinderen amuseerden zich enorm met de verf. Ze experimenteerden met de verschillende technieken stempelen die ik hen toonde. 

Mijn volgende oefenmoment was verhaal. Ik had besloten om mijn verhaal al een beetje naar het BC van de volgende week te richten, omdat het niet kan dan je een verhaal vertelt zonder thema. Het BC was "grootouders". Ik had hierbij een prachtig boek gevonden: "Ik vind je lief opa" van Jillian Harker. Het boek gaat over een klein beertje en zijn opa. In het boek wordt regelmatig herhaald dat de beren in een holletje slapen. Ik nam mijn tent mee en lied de kinderen daar eens in zitten. Dit kon ik terugkoppelen naar het holletje van de beren. Ik wilde in de tent mijn nabespreking houden. Dit lukte echter niet zo goed. De kinderen vonden het leuk om mee in de tent te gaan zitten, maar ze waren heel nieuwsgierig. Een beetje te nieuwsgierig zelfs, want ze hadden geen aandacht meer voor wat ik wilde vertellen. Daar had ik geen rekening mee gehouden, waardoor mijn slot in het water viel. Het positieve was dat de kinderen het leuk vonden om eens in de tent te zitten, maar mijn doel was helaas niet bereikt. Als ik dit ooit opnieuw doen dan zou ik de kinderen in groepjes verdelen, zodat ik sneller hun aandacht naar mij kan trekken.

Het vertellen van het verhaal verliep redelijk goed. Ik was wel heel nerveus en dat merkten de kinderen vast en zeker. Ze reageerden hier dan ook op door zeer druk te zijn. Ik had het moeilijk om hun aandacht te houden. Het verhaal duurde ook nogal lang voor de kleuters. Ik heb geprobeerd om actieve dingen in het verhaal te verwerken (bijvoorbeeld door mee te brullen). Dit hielp me om de aandacht van de kleuters toch nog even vast te houden. Achteraf gezien had ik de kinderen nog veel meer moeten doen bewegen en mijn verhaal moeten inkorten. Toen was ik teveel bezig om mijn lesvoorbereiding te volgen. Nu besef ik dat dit een werkpunt is en dat ik mag afwijken van mijn lesvoorbereiding als de kinderen dat nodig hebben.

Mijn volgend oefenmoment was lied. Dit houdt in dat je de kleuters een nieuw liedje aanleert. Het BC was intussen "grootouders", dus ik zocht een liedje die geschikt zou zijn voor het eerste kleuters rond het thema "grootouders". Mijn keus werd "Bij m'n oma en m'n opa" van Lin De Laat. Dit is een redelijk lang lied dus ik verkortte het wat, om het gepast te maken voor het eerste kleuter. Kleuters zingen heel graag en ze letten enkel op hun eigen zang. Ze houden er geen rekening mee of de andere kinderen of de juf vals zingen. Ik was heel nerveus om te zingen voor 22 kinderen. Het blijft toch altijd spannend om voor andere mensen te zingen. Ik had me volledig verkleed als oma. Ik dacht dat de kinderen dit wel leuk zouden vinden. Ik moet toegeven dat ik ook meer op mijn gemak was, omdat ik er niet als juf Fien uitzag. Ik hoopte dus ook dat als ik heel vals zou zingen, de kinderen dit niet aan mij zouden koppelen. Toen het moment was aangebroken om te beginnen zingen, was ik vreemd genoeg rustig. Ik had besloten om me volledig te geven, ook al zong ik misschien vals. Op die manier zou ik de kleuters sowieso beter kunnen doen meezingen, dan als ik onzeker zou zitten zingen.

Mijn mentor, juf Ilse, zat ook te luisteren toen ik met de kleuters zong. Dit zorgde voor een beetje meer stress, omdat een leerkracht het natuurlijk wel opmerkt als je vals zingt. Ik was heel blij dat de kinderen meezongen en ik was aangenaam verrast dat ik me over mijn angst heen had gezet. Ik denk dat dit voor mij het meest gevreesde oefenmoment was. Stel je voor dat 22 kinderen en een leerkracht je aankijken, terwijl het helemaal stil is en je moet beginnen zingen!

Mijn laatste oefenmoment was mijn onthaal. Dit houdt in dat de juf met de kinderen in de kring zit en een aantal dingen overloopt. Dit is elke morgen bijna hetzelfde en biedt de kinderen structuur.  Ik zong eerst het goedemorgenlied en daarna overliep ik de dagen met de kleuters. In het eerste kleuter kennen ze de dagen van het jaar nog niet bij naam. Er wordt een kleur aan de dagen gekoppeld en de kinderen leren eerst de kleuren van de dagen. Daarna overliep ik de aanwezigheden. De kinderen mogen dan altijd iets doen. Ik had bedacht dat de kinderen mochten rechtstaan, springen en hun naam zeggen, als ik hun naam zei. Dit verliep vrij vlot, maar sommige kinderen durfden nog niet voor de groep spreken. Ik moedigde ze dan aan om gewoon recht te staan en eens te springen. Ik heb geen enkel kindje verplicht om wel zijn naam te zeggen. Als de kinderen dit nog niet willen, dan is het meestal omdat ze er nog niet klaar voor zijn. Nadat ik de aanwezigheden had opgenomen, heb ik een "helpend handje" aangeduid. Dit is het kindje die de juf een volledige dag helpt. De kinderen leren door "helpend handje" te zijn omgaan met verantwoordelijkheden. Tot slot overloop ik het verloop van de voormiddag. Dit wordt geïllustreerd met prenten van alle activiteiten. Daarna mogen de kinderen weer vrij gaan spelen.

Als ik terugkijk op mijn oefendagen ben ik tevreden. Ik zie meteen al de dingen die niet zo goed waren, maar ik kan bij bijna alle problemen een oplossing bedenken. Ook heb ik nu al meer ervaring en weet ik al beter waar ik me mag verwachten. Ik had het nog heel moeilijk om de beginsituatie van de kinderen in te schatten en door deze activiteiten te doen met de kleuters, weet ik al beter wat ze kunnen en wat nog niet. Ik moet nog veel leren, maar al bij al vind ik het geen slechte start. Het belangrijkste dat ik uit deze oefenmomenten geleerd heb, is dat ik zeer graag met de kleuters werk en dat ik het super vind om voor de klas te staan. Ik weet nu zeker dat dit een job is waar ik met een glimlach naartoe zal gaan.

Groetjes
Juf Fien